hannacopini

A great WordPress.com site


Leave a comment

Viva la Revolución! Cuba.

Onze prachtige reis loopt tegen z’n einde. Na onze fenomenale roadtrip in Amerika was het een ruwe overgang naar Centraal Amerika. We waren stiekem alweer een beetje gewend geraakt aan de ‘rijkere’ Verenigde Staten en ons eigen rijdende huisje. Afstand doen van de Dodge Ram van, de trouwe hond, viel ons zowaar zwaarder dan verwacht! Daar zaten we dan toch nog in die vervloekte Greyhound bus met onze niet te huffen backpacks op onze ruggen. Geef mij maar een oude vertrouwde hutkoffer. Waarom een backpack? Zodat het de zogenaamde manier van reizen eer aan doet? “We gaan backpacken in Zuid-Amerika.” Dat klinkt zo lekker low budget, sportief en impliceert een soort van pelgrimstocht te voet. In feite houd je de meters te voet zo kort mogelijk, om te voorkomen dat je door je hoeven zakt met het 18 kilo wegende kledingkastje en – omdat je het niet kon laten liggen die Afrikaanse beelden en die schattige Cubaanse trommeltjes – op je rug. We hebben besloten om de backpack in te ruilen voor een fijne grote koffer als we weer op reis gaan. We zijn tenslotte 30 plussers!

Cancun zat midden in een tropische depressie bij onze aankomst. Dit betekende heel veel regen in de toch al niet zo wonderschone stad. Ons hostel was erg leuk, ware het niet dat het vol zat met hossende Australiërs, Engelsen en Amerikanen en de shot tequila bij het eten ‘verplicht’ was. Wij doen niet moeilijk, doe ons er ook maar één dan. “Bierpong zeg je? Ja joh, gezellig!” Het was duidelijk, hier gingen we weinig slaap krijgen. Na een kleine onderhandeling konden we gelukkig een privékamer krijgen (met korting, omdat de tropische regenbuien een natuurlijk douche veroorzaakte in de kamer). Fijn, rust. Cancun is niet leuk. Er is bijna geen stukje strand te vinden dat niet is opgeëist door een viersterren resort met werkelijk de meest stupide vakantiegangers die het blijkbaar leuk vinden om met z’n allen drankgymnastiek te doen bij een zwembad, waar iedereen een geel bandje om heeft om aan te duiden dat je bij de ‘club’ hoort. De ‘normale’ vakantieganger, de niet bandjesdrager de natuurliefhebber, de cultuurzoeker, de reiziger, moest maar via de zee door de mangrove kruipen en op een oude brug klimmen om het gele bandjesstrand te verlaten. Bah! Gauw weg hier. In ons favoriete internetcafeetje Andrade (zowaar iets leuks) was het besluit zeer vlot genomen om het eerste de beste vliegtuig naar Cuba te pakken.

We zijn Cuba zonder enige moeite binnengekomen, na een visum te hebben gekocht op het vliegveld van Cancun en de dollars stevig te hebben opgeborgen (daar moeten ze niets van hebben). Afgezien van een misverstand met onze tickets, ofwel het gebrek eraan omdat de Rabobank voor de vierde keer op rij mijn creditcard had geblokkeerd (vanwege zogenaamde ‘dubieuze’ transacties) en we stante pede nieuwe tickets moesten kopen op het vliegveld (zeer spannende beslissing, want ja, we dachten al tickets te hebben), verliep de zeer korte reis met Cubana Airlines prima. Knijper op de neus omdat we laatste stoelen in het vliegtuig kregen en Cubanen niet snappen hoe je een toilet schoon krijgt.

Maar niettemin, we waren in Cuba! Waar gaan we slapen? Tja, goeie vraag, want in Cuba hebben maar weinig mensen internet, dus even online boeken is er niet bij. Een kennis adviseerde ons om aan te kloppen bij het appartementencomplex op de Prado 20 en dan ‘gewoon’ kijken waar plek is. Geen plek. Maar niet getreurd, iedereen kent wel iemand met een ‘casa particulares’ in Cuba dus in no time hadden we een klein kamertje gevonden bij Elena en Toni. Beetje prettig gestoorde Jehovah’s getuige, maar er werd wel lekker gekookt! Daar ontmoetten we ook Monica en Victoria, moeder en dochter uit Zweden met wie we een zeer goede klik hadden. We besloten samen 5 dagen een auto te huren met chauffeur en wat stadjes en natuurgebieden op te zoeken.

Cuba anno nu
De gemiddelde Cubaan krijgt geen uurloon, maar een soort van staatsbijdrage van rond de 12 euro per maand. Hiervan kan eigenlijk niemand rondkomen. In Cuba heb je twee munteenheden, de Cubaan betaalt in Moneda Nacional en de buitenlander betaalt met de Cubaanse Peso die gelijk is getrokken met de US dollar. De Cubaan klust bij om rond te komen. Zo verdienen ze wat met het regelen van tours, taxi’s, sigaren en rum en in de casa particulares verdienen de mensen aan het ontbijt en het avondeten. De opbrengsten door de verhuur van kamers gaat vrijwel in z’n geheel naar de overheid. Dit wordt streng gecontroleerd! Tv en Radio zijn sinds kort toegestaan en internetten mag alleen als je het ook nodig hebt voor je werk. Wifi kan alleen gebruikt worden in de duurdere hotels en skypen mag niet van Castro. Mede door het strakke regime is Cuba heel veilig. Cubanen worden voor het minste of geringste in de cel gestopt dus je kunt gerust je ipad en Nikon 5000 uit je tas plukken om het schitterende Havana vast te leggen.

Havana heeft twee kanten en als je alleen de hele toeristische zijde kunt ontdekken door gebrek aan tijd en communicatie omdat je geen Spaans spreekt, mis je een heleboel. Ik heb me helemaal laten onderdompelen in de salsacultuur. Ik danste al gelukkig, dus ik was snel bij met mijn salsapasjes door een uitstekende docent. Dagelijks een uur les en ’s avonds het geleerde in de praktijk brengen. Je kunt uitstekend uitgaan in Cuba; de vele salsaclubs hebben vaak prachtige locaties, zoals ook de club 1830, een voormalig fort aan het water in de openlucht. Letterlijk dansen onder de sterren. Ik vond Hielke met regelmaat ergens in een oud torentje het geheel te aanschouwen met een biertje. Voor ieders wat wils dus. Geen dansfan? Wellicht is een Daiquirí in La Floridita meer iets voor je, of een Mojitobiertje op plaza Vieja. En op elke hoek van de straat kun je wel een heerlijke cafesito (espresso) krijgen, van uitmuntende kwaliteit bonen. In de avonden kun je een Mojito nemen op de Malecón, een lange ‘promenade’ waar in de avonden honderden mensen komen om te kletsen en een drankje te doen.

We konden uiteindelijk toch terecht in het appartement op de Prado 20 voor 15 euro per persoon inclusief ontbijt, maar dan wel met een balkon en uitzicht over de bijna antieke straat Prado. In Havana Centro zitten veel mensen in de portiekjes van hun schitterende maar zeer vervallen huizen, te kijken naar en te kletsen met voorbijgangers, vrienden, buren en familie. Het leven is rustig en gaat tot na middernacht door. Havana Vieja is werkelijk een openluchtmuseum. Mooi gerestaureerde cafeetjes, restaurants en eeuwenoude pleintjes zijn het decor van deze historische wijk. Met Plaza Vieja, Plaza de la Cathedral, Plaza la Arma en calle Obispo krijg je een goed beeld van hoe het er hieraan toe ging in de jaren 50. Het is erg toeristisch en vele Cubanen proberen wat bij te verdienen door als standbeeld te poseren of oude boeken, rum en sigaren te verkopen. Wel fijn om dan na een dagje Vieja terug te keren naar het relatief rustige Centro. Als je een stukje verder wilt dan het centrum, kun je simpelweg je hand opsteken en een ieder die wat bij wil verdienen neemt je mee voor een halve euro in de mooiste oldtimers uit de vijftigerjaren (soms met een nieuwe motor zodat je lachwekkend hard over de weg heen scheurt).

Nadat ik Trinidad heb bezocht (wauw) en een prachtige paardrijdtocht heb gemaakt door de schitterende natuur van Viñales en omgeving ben ik nog enthousiaster geworden. Je moet wel oppassen dat je niet te veel toeristische uitstapjes maakt, zoals de grot Indio en de grot Palenka (alwaar de gids het grappig vond om een touw, bedoeld als slang, tegen mijn benen aan te slaan). Wel doen: Santo Tomás!

Samenvattend, Cuba is denk ik niet voor iedereen, maar het heeft zeker onze harten gestolen.

This slideshow requires JavaScript.

Advertisements